4 uitgangspunten voor slimme apparaten

Scott Jenson, creatief directeur bij Frog Design schreef een artikel over intelligente apparaten.

Hij heeft een aantal interessante uitgangspunten.

Precies op tijd
Interactie moet er alleen zijn als je die wenst. Voor veel slimme apparatuur moet je slim zijn om ze te gebruiken. Terwijl je ze in de regel liever dom hebt, met een simpele aan-uit-knop.

Alleen in bijzondere situaties wil je de diepte in. Bijvoorbeeld als je de eigenschappen van het apparaat wilt aanpassen.

Microfunctionaliteit
Slimme apparaten moeten zich focussen. Niemand wil een broodrooster met een waaier aan mogelijkheden. Maar een functionaliteit, die bij storing automatisch contact opneemt met de fabrikant, kan heel handig zijn.

Vrije interactie
Apparaten kunnen slim zijn, maar hun bediening niet. De navigatie moet overgelaten worden aan slimme schermen. Het broodrooster moet geen klein bedieningspaneel hebben, je moet deze met je iPhone kunnen bedienen.

Ecosysteem
Er moet een universele standaard komen die al deze apparatuur verbindt en op elke locatie toegankelijk maakt.

Kortom: slim is leuk, maar beperking is minstens zo belangrijk.

IKEA maakt winkel van banner

Een leuk voorbeeld hoe ‘nuttige marketing’, de brand-utility, overal op kan duiken, zelfs in een banner.

IKEA maakte van een standaard 300×250-banner een winkel. De banner toont allerlei kleine icoontjes van producten. Door met je muis over de producten te gaan, verschijnt een grotere afbeelding van een artikel, dat je met een klik gelijk kunt bestellen.

Het filmpje vertelt meer. Het beste kun je het vanaf 0:34 bekijken.

Bron: Guerrilla Communication

Innovatie leg je niet uit, dat laat je zien

Het moeilijke van innovatie is dat het ongrijpbaar is. Innovatiebureaus leggen hun specialisme meestal uit aan de hand van wat ze niet doen. ‘We denken niet in de kaders’, ‘we beperken ons niet tot afdelingen’.

Wat het wel is, is vaak lastiger te vertellen.

Design-thinking heeft voor mijn gevoel ook deze beperking. De voorbeelden zijn inspirerend, maar de uitleg van aanpak blijft abstract.

Hier is op twee manieren mee om te gaan.

De ene mogelijkheid is om beter uit te leggen wat het wel is. Maar zoals John Cleese ooit zei: het vermogen om iets te snappen is hetzelfde als het vermogen om het te kunnen.

Een klassiek componist kan mij proberen uit te leggen wat een goede compositie zo mooi maakt. Maar om die uitleg echt te snappen, moet ik zelf kunnen componeren.

Dus waarschijnlijk wordt de ultieme definitie van innovatief denken alleen gesnapt door mensen die innovatief denken.

De klassieke componist kan ook zeggen dat het proces een zwarte doos is. Ondoorgrondelijk en voor een leek niet te begrijpen. Maar het resultaat zegt meer dan genoeg: luister gewoon naar de muziek.

Misschien moeten innoveerders geen moeite meer doen om uit te leggen wat hun werkwijze is. Het is ondoorgrondelijk en voor een leek niet te begrijpen, hedendaagse tovenarij. Maar vertrouw ons en kijk naar de muziek die er eerder uit is gekomen.

Column: Er is geen verschil tussen product en communicatie

Zojuist is mijn column voor de Adformatie gepubliceerd.

Onderwerp is mijn verbazing dat veel merken een onderscheid maken tussen iets doen en iets zeggen, het verschil tussen een product en communicatie.

Hierdoor is marketing nog onnodig vaak een stoorzender. Dit terwijl marketing ook heel nuttig kan zijn.

Hier kun je de column lezen.