Wanneer is een oprichtersverhaal essentieel?

Leestijd: 2 minuten

Steve Jobs, Yvon Chouinard en Martijn Verspeek zijn spraakmakende oprichters van succesvolle merken. Maar heeft elk merk zo’n oprichter nodig? Bas Hakker interviewde mij hierover voor Brand Potential.

Hoe belangrijk is het founderverhaal voor het merk?

‘Dat ligt aan de situatie. Een charismatische oprichter met een aansprekende visie kan goed werken om fans-van-het-eerste-uur te creëren. Denk bijvoorbeeld aan een lifestylemerk of een disruptieve startup: merken die voor mensen een verlengstuk van hun identiteit kunnen zijn Een eigenzinnige oprichter die de drijfveer van de doelgroep deelt, kan dan een effectieve verbinder zijn.

Maar niet elk merk heeft fans nodig en niet elk merk kan fans aan zich binden. Van de honderden merken die je kiest, van je autoverzekering tot je tandpasta, ben je niet bij elk merk geïnteresseerd in het achterliggende verhaal. De meeste moeten gewoon hun werk doen en zich op de achtergrond houden. Toch is het leuk om regelmatig merken met een originele visie tegen te komen. Waarbij je denkt: “Ja, zo kan het ook!” En dat kan in principe voor elke categorie. Kijk bijvoorbeeld naar het verhaal van Martijn Verspeek en zijn installatiebedrijf.

Als je zo’n inspirerende oprichter wilt zijn, leer dan van Marshall Ganz. Ik citeer hem in mijn boek Sterk Digitaal Merk. Ganz stelt dat een leider van een organisatie drie verhalen moet kunnen vertellen om mensen te betrekken: een verhaal over de eigen, authentieke drijfveer (“the story of self”), een verhaal over de hedendaagse urgentie (“the story of now”) en een verhaal over de bijzondere verbintenis van de mensen om hem heen (“the story of us”).

Uit trainingen die ik als merkstrateeg geef, blijken veel leiders dit drieluik lastig te vinden. Vooral als het gaat om dingen persoonlijk maken, dan blijven ze hangen in abstracte, afstandelijke betogen.

Lees het artikel verder

Podcast: merkbouwen in B2B

Leestijd: < 1 minuut

Recentelijk had ik een leuk gesprek met Denny van Veen over merkbouwen voor B2B. Aanleiding was de podcast “B2B-Breindump”.

“‘Wij doen gewoon goed werk. Dat spreekt voor zich.’

Ingmar de Lange hoort het vaak. En hij begrijpt het ook. Er zit iets sympathieks in die bescheidenheid. Alleen werkt het niet meer.

Consumentenmerken bouwen al decennia aan zichtbaarheid, herhaling en gevoel. B2B-bedrijven vertrouwen nog te vaak op kwaliteit alleen. Terwijl de markt voller wordt, producten abstracter en keuzes moeilijker te evalueren.

Goed werk is de basis. Maar als niemand weet dat jij het bent die het levert, verdwijnt die waarde in de ruis.

De volledige aflevering met Ingmar staat op Spotify en YouTube.”

Geen tijd om te luisteren? Hier vat Denny de belangrijkste inzichten samen.

Waarom AI te vaak op een fatbike lijkt

Leestijd: 7 minuten

De AI-trein zoeft in volle vaart vooruit. Zelf voel ik me steeds vaker voor een keuze gesteld. Ga ik tegen de wind in fietsen? Of stap ik op de fatbike? En wat betekent dit dilemma voor het bouwen van merken?

Ga je voor “meer” of “beter”?

Allereerst mijn persoonlijke dilemma, kijkend naar mijn werk als merkstrateeg. Globaal zie ik voor mezelf drie scenario’s om met AI om te gaan. De eerste twee draaien om kwantiteit, de derde om kwaliteit.

Het eerste scenario: ik kan met AI sneller en daarmee goedkoper werken. Een merkstrategie die normaal anderhalve maand duurt en €10K kost, duurt met AI nog 3 weken en kost €5K. En binnenkort kan ik dat waarschijnlijk in twee dagen voor €995 doen.

Uiteindelijk beland ik dan in de hoek van SaaS: een online servicemodel, waarbij m’n klant met een paar drukken op de knop een antwoord op strategische vragen krijgt. In ruil voor een klein bedrag per maand.

Deze route draait om kwantiteit, om “meer”. Mijn output wordt niet zozeer beter, waarschijnlijk een stuk slechter. Maar ik gebruik AI om sneller en makkelijker te werken, waardoor ik meer kan doen en meer klanten kan bedienen.

Het tweede scenario is om te verbreden. In dat geval ben ik niet slechts een merkstrateeg. Ik word stapsgewijs een fullservicebureau, in m’n eentje. M’n medewerkers zijn geen mensen, maar AI-agents. Die agents kan ik gebruiken voor onderzoek, creatie, mediaplanning, productie, projectmanagement, et cetera.

Ook dit scenario draait om kwantiteit, want ook bij de fullservice-strategie probeer ik vooral om “meer” te doen. Maar ook hier wordt mijn output niet per se beter. Immers, de kans dat ik als eenling met AI beter onderzoek doe dan een gevestigd onderzoeksbureau of beter creatief werk maak dan een gerenommeerd bureau is, eerlijk is eerlijk, vrij klein. Dus blijft m’n enige argument richting de klant dat het sneller en goedkoper is om alles bij mij neer te leggen.

Deze twee “meer”-scenario’s lijken op de impact die de fatbike heeft op fietsen: gemak. Met AI kost het me minder moeite om meer strategie, meer communicatie, meer ontwerpen, et cetera, te maken. Ofwel, ik fiets makkelijker van A naar B en zal wat meer op de fiets doen. Maar uiteindelijk wordt m’n algehele fietstalent er niet beter van. Sterker nog, het tegenovergestelde is waarschijnlijk het geval.

Hoe word ik een betere mountainbiker?

Een derde scenario is dat van kwaliteit, dat van “beter”. Dat spreekt mij meer aan: hoe kan ik mezelf naar een hoger niveau brengen? Hoe kan ik als kleine specialist concurreren met internationale adviesbureaus door de kwaliteit van mijn werk fundamenteel te verbeteren?

Bijvoorbeeld doordat m’n strategie met AI beter is onderzocht, sterker is onderbouwd en beter is uitgewerkt. Kortom: hoe gebruik ik AI om een betere mountainbiker te worden? Een aanpak die het fietsen niet zozeer makkelijker maakt, maar waarmee ik nieuwe bergen kan overwinnen.

Dus ben ik de afgelopen maanden bezig om te verkennen hoe ik met AI beter aan scenarioplanning kan doen. Hoe ik synthetische klanten kan gebruiken om aannames te verifiëren. Hoe ik met AI betere prototypes kan maken om de strategie tot leven te brengen. Of hoe ik met AI neurosimulaties kan doen om die prototypes te evalueren.

Uiteraard is er ook hierbij een dunne lijn. Al deze AI-hulp maakt van mij geen onderzoeker, vormgever of hersenonderzoeker. Mijn doel is slechts om m’n strategie te verdiepen, niet om mezelf te verbreden.

Veel AI is als een fatbike.

Nu lijkt een scenario gebaseerd op “meer” meestal makkelijker te kiezen dan dat van “beter”. Neem twee mensen die met elkaar in discussie zijn. Met dezelfde argumenten in herhaling treden is voor hen makkelijker dan met een nieuwe, betere onderbouwing komen. Of kijk naar een liedjesschrijver. Tien keer eenzelfde soort liedje schrijven is makkelijker dan een compositie te maken die een stuk beter is.

Grofweg volgen veel AI-hypes dan ook routes waarbij kwantiteit centraal staat. Wat je vroeger een week kostte, duurt nu maar een uur. En dat waarvoor je vroeger twintig man nodig had, doe je nu met z’n tweeën.

Dit is mooi. Maar de fundamentele vraag is wel: worden dingen hiermee ook beter? Is een merkstrategie die door AI in tien minuten is ontwikkeld inhoudelijk beter dan eentje waar twee mensen een week over hebben gedaan?

Ik denk dat het antwoord vaak “NEEN” is. We krijgen vooral “meer”. Meer van dezelfde AI-autotune popmuziek, meer CV’s die op elkaar lijken en meer merken met dezelfde claims. Het opvallende zit ‘m er vooral in hoe makkelijk het is om die popmuziek, CV’s en merken te maken. Met de fatbike fiets je zonder dat je hard hoeft te trappen.

Fatbike AI maakt “redelijk” de vijand van “goed”.

Een consequentie van de fatbike is dan ook gemakzucht. Je wordt er lui van en daagt jezelf minder uit. Met de normale fiets tegen de wind intrappen is niet altijd leuk. Maar het is goed voor je, want het houdt je fit. Ook al heb je er niet altijd zin in.

AI helpt mij met van alles. Maar ik merk dat ik moet oppassen dat m’n hoofd niet in de fatbike-stand gaat. Want de meeste AI-output ziet er prima uit en m’n probleem lijkt daarmee meestal opgelost.

Maar net zoals “goed” de vijand van “geweldig” is, is in dit geval “redelijk” de vijand van “goed”. Dus als ik mezelf niet dwing tegen de wind in te fietsen, val ik stapsgewijs weg in luiheid, die zorgt voor middelmatigheid.

Stapsgewijs voelt die middelmatigheid steeds vertrouwder, zeker als ik ermee wegkom. En daarmee word ik nog gemakzuchtiger. Waarmee het uiteindelijk voor mijn klanten steeds vanzelfsprekender wordt om me te vervangen door een robot.

Ook AI-bedrijven blijken normale merken.

Nu zoom ik graag uit voor de volgende vraag: wat betekent het fatbike-scenario voor de wijze waarop merken worden gebouwd? Wat is de rol van een merk in een wereld van “meer, meer, meer”?

Wel, een kwantitatieve route maakt je merk belangrijker. Terwijl je misschien verwacht dat dit vooral bij een kwalitatieve route het geval is (een sterk merk voelt logisch bij een premiumpropositie).

De reden dat merken ook bij een kwantitatieve route een belangrijke rol spelen, is logisch als je bedenkt dat merken eigenlijk gewoon keuzehulpjes zijn. Ik vergelijk ze graag met vuistregels.

Als metafoor: als je voor een schap met vier potjes jam staat, kun je prima ontdekken welke optie de beste is voor jou. Je kunt rationeel vergelijken welke jam de beste combinatie van prijs en kwaliteit heeft.

Als er 100 meer-van-hetzelfde-varianten zijn, is dat een stuk lastiger. Dus val je sneller terug op vuistregels: dit merk ken je, dat andere niet. Ofwel, in dit geval heeft je keuze weinig met ratio te maken en van alles met je onderbuik.

Claude en OpenAI zijn potjes jam.

Grappig genoeg wordt dit klassieke principe ook bij AI-aanbieders zichtbaar. Toen ChatGPT op de markt kwam, was de keuze overzichtelijk. Of je schrijft je plan in MS Word, dat kost een dag. Of je doet het met ChatGPT, dat duurt een minuut. Het was de keuze tussen een klein potje jam en een hele grote, voor dezelfde prijs. Een merk is dan niet zo belangrijk, want voor deze afweging heb je geen mentaal keuzehulpje nodig.

Maar in de lijn van “meer” zijn er nu zoveel AI-aanbieders, met zoveel varianten en zoveel updates, dat het landschap onoverzichtelijk is geworden. Het AI-aanbod begint op een brei te lijken. Zodoende lijkt het keuzeproces steeds meer op het volle jamschap: het is lastig om met je ratio de juiste keuze te maken.

Dus je kiest Claude omdat je “er de laatste tijd veel mensen over hoort”. Of omdat je het prettig vindt dat Claude zich verzet tegen het militarisme van Trump. Of omdat je niet wilt dat je chats worden gebruikt voor reclame (zoals bij OpenAI mogelijk is geworden).

Dit laatste argument is grappig genoeg opgepikt door Scott Galloway. Hij vindt het slim dat Claude met een Super Bowl-reclame OpenAI op de hak neemt door zichzelf te positioneren als “wel reclamevrij”. Galloway vergelijkt deze zet zelfs met de legendarische 1984-reclame van Apple.

Uiteraard heeft Galloway daarmee een punt. Zo’n tactische prik kan Claude er net bovenuit doen springen in het “onoverzichtelijke jamschap”. Claude wordt zo de “goede” tussen een boel “kwade” en zo’n USP resoneert goed in de onderbuik.

De 180-graden van Scott Galloway.

Maar stiekem moet ik ook een beetje grinniken, omdat juist Galloway in zijn (goede) boek The Four de dood van het merk aankondigde. Zijn argument was onder meer: de opkomst van AI. Z’n stelling was dat AI de nieuwe keuzehulpjes zouden worden (hij noemde onder meer Amazons Alexa als voorbeeld). Zo zou AI je helpen met de keuze van de beste batterijen, waarmee de merken achter die batterijen overbodig werden.

In dit geval werkt het principe juist andersom. Ook innovatieve AI-spelers blijken met klassieke merkwetten te maken te krijgen. Die wetten draaien bijvoorbeeld om de kracht van bekendheid (vrijwel elke grote AI-speler doet inmiddels aan logoplakken door een Formule 1-team te sponsoren) en het belang van onderscheid (zoals in de bovenstaande uiting van Claude tijdens de Super Bowl). Ook OpenAI doet inmiddels aan oeroude reclame, zie hier en hier.

Waarom fatbike AI je merk zwakker maakt.

Ook interessant voor merkbouwers: het fatbike-scenario zorgt niet alleen voor “meer”, maar ook voor “vaker”. Je stapt vaker op de fiets als er eentje voor de deur staat waarmee je amper hoeft te trappen, dan als je weet dat je met de mountainbike de berg op moet. Dus met “fatbike AI” kies je vaker voor een nieuwe strategie, ontwikkel je vaker een nieuw merk, ontwikkel je vaker een nieuwe campagne, et cetera.

Maar, hoe gek dit misschien klinkt: vernieuwen is precies wat je niet moet doen als je een merk in de markt zet. Want consistentie bouwt herkenning. Herkenning bouwt vertrouwen. En vertrouwen bouwt groei.

Lees maar het System1/IPA-onderzoek “Compound Creativity”. Dit analyseerde 4.000+ campagnes over vijf jaar en concludeert dat de meest consistente merken twee keer zoveel winstgroei rapporteren als inconsistente merken.

Ik vergelijk merkbouwen vaak met diëten: de principes zijn simpel, maar probeer ze maar eens een lange periode vol te houden. Een belangrijk deel van de kunst is de discipline. Discipline zorgt voor consistentie.

Fatbike AI verleidt je vaak juist tot het tegenovergestelde: eindeloze variatie, constante verversing en dus telkens wisselende signalen. Ofwel, telkens weer een andere eetgewoonte in plaats van een consistent dieet.

Ga je voor redelijk of geweldig?

Kortom, linksom of rechtsom is AI belangrijk voor m’n werk. En voor jouw merk. Maar de fundamentele vraag die erachter zit: ga je in de gemakstand? Of gebruik je AI om jezelf juist extra uit te dagen? Wordt AI je stagiaire die voor jou het werk doet en je lekker achterover laat leunen? Of wordt AI je strenge instructeur die je het vuur aan de schenen legt om een hogere berg op te fietsen? Ga je voor fatbike of mountainbike?

Ik maak me klaar voor een flinke rit omhoog. Lekker tegen de wind in.

AI en merkstrategie: wat betekent dit voor B2B?

Leestijd: 6 minuten

Recentelijk schreef ik twee artikelen met dezelfde insteek: hoe beïnvloedt AI je merkstrategie? De ene ging over AI en merkzichtbaarheid, de andere over waarom AI je merk over het hoofd ziet.

Daarin gebruikte ik voorbeelden van koptelefoons, Gen Z en online winkels. Dat leidde tot een logische vraag: “Wij zijn een B2B-bedrijf met een complexer oriëntatieproces. Gelden deze inzichten ook voor ons?”

Het korte antwoord: JA. De meeste inzichten gelden ook voor B2B. Maar de dynamiek is soms net even anders. Sterker, voor B2B heeft de opkomst van AI in bepaalde gevallen nog meer impact. Daarom duik ik deze keer specifiek in B2B: wat betekent AI voor de strategie van zakelijke merken? Moeten daar de alarmbellen afgaan?

De shortlist staat al vast voordat je wordt gebeld.

Uit onderzoek van Forrester blijkt dat 92% van de B2B-inkopers hun aankooptraject begint met minstens één leverancier in gedachten. En 6Sense ontdekte dat in 95% van de gevallen de uiteindelijke winnaar al op de shortlist van dag één staat. Deze lijst wordt grotendeels bepaald voordat er met de verkoopafdeling van toeleveranciers contact wordt opgenomen.

OK, dat is op zich niets nieuws. Maar wat interessant is, is hoe die namen op die shortlist komen. Dit gebeurt vaker met AI. Als voorbeeld: 6Sense zegt dat 94% van de B2B-kopers AI inzet tijdens hun aankooptraject. AI speelt vaker een rol in onderzoek, vergelijking en het opstellen van de shortlist.

Ook interessant: B2B-inkopers besteden volgens Gartner slechts 17% van hun aankooptraject aan gesprekken met mogelijke leveranciers (dit rapport is de oorspronkelijke bron). En bij het vergelijken van verschillende opties besteden ze slechts 5 tot 6% van hun tijd aan contact met een bedrijf. De rest van hun tijd doen ze aan zelfstandig onderzoek. En dat doen ze dus steeds meer met de hulp van AI.

Als je dit alles optelt, kom je tot dezelfde conclusie als de voorgaande artikelen: als jouw merk niet opduikt in de antwoorden van AI, dan kan dit een significant nadeel zijn. Bijvoorbeeld omdat de kans kleiner wordt dat je op de shortlist komt. Dus ja, een klein alarmbelletje is op z’n plaats.

Veel B2B-merken zijn slecht zichtbaar voor AI.

Hoe hard moet dat belletje afgaan? Wel, MarTech publiceerde onlangs een eigen studie die daar iets over zegt. Daarin werden meer dan 1.000 prompts geanalyseerd, met daarin 29 B2B-merken, verdeeld over vier AI’s (ChatGPT, Perplexity, Grok en Google). De resultaten waren ontnuchterend: slechts 21% van deze merken verscheen in meer dan een kwart van de AI-antwoorden. Een derde verscheen in minder dan 5%.

Let op: dit kwam niet omdat deze bedrijven grijze muizen waren. In twee derde van de gevallen had het topmerk in een B2B-categorie een zichtbaarheid van minder dan 25%. Bijna een op de vijf (17%) van de bekendste merken kwam in minder dan 10% van de AI-reacties terug. Dit sluit aan op een conclusie uit mijn vorige artikel: de merken die AI aanbeveelt blijken bijzonder willekeurig te zijn.

Kortom: de kans dat jouw B2B-merk de AI-aandacht krijgt die het verdient, gezien het marktaandeel of de staat van dienst, lijkt niet zo groot. Alleen gaat het nu niet om een klant die een koptelefoon van 50 euro koopt, maar om aankoopbeslissingen van miljoenen euro’s.

AI gaat ook de bemiddeling bij inkopen doen.

In mijn vorige artikel schreef ik dat AI verschuift van adviseur naar inkoper. Deze ontwikkeling is ook zichtbaar bij B2B. Gartner voorspelt dat er tegen 2028 tijdens 90%(!) van de B2B-inkooptrajecten door AI-agents wordt bemiddeld. Dat betekent dat AI een actieve vinger in de pap heeft bij meer dan 15 biljoen dollar aan B2B-bestedingen. Interessant: dat is een stuk meer dan de 3 tot 5 biljoen dollar die AI aan consumenteninkopen lijkt te gaan doen.

En deze ontwikkeling is al zichtbaar, zo stelde Forrester eind vorig jaar. Toen gaf 61% van de mensen, die betrokken waren bij inkoopbeslissingen, aan dat hun organisatie AI gaat gebruiken om de inkoopafdeling te ondersteunen. Het gaat dan om zaken als leveranciersvergelijking, contractanalyse en het beoordelen van specificaties. De onderzoekers verwachtten dat dit jaar minstens één op de vijf B2B-verkopers te maken krijgt met AI-gestuurde inkopersagenten die tegenaanbiedingen doen.

B2B-kopers vertrouwen AI niet blindelings.

Maar, ook deze munt heeft een keerzijde. B2B-kopers zijn kritischer dan consumenten. Uit Forrester’s State of Business Buying 2026 blijkt dat AI vaak wordt gebruikt voor de voorbereiding van een aankoop. Toch zegt slechts 36% van de kopers meer vertrouwen te hebben in hun beslissing als deze ondersteund wordt door AI. Haaks daartegenover staat een groep van 20%. Die zegt juist minder vertrouwen te hebben, omdat ze de feedback van AI onnauwkeurig vinden.

Wat gebeurt er vervolgens? Inkopers gaan de beweringen van hun robots checken. Bij experts, analisten, collega’s of leveranciers. Ofwel, AI reikt hen weliswaar de eerste indruk aan, maar menselijke feedback geeft vaak de doorslag.

Experts worden vaak waardevoller, niet minder.

Interessant is dat Forrester hierbij een schijnbaar tegengestelde beweging voorspelt. In 2025 zag 30% van de B2B-inkopers AI als een zinvolle hulp tijdens de beslissingsfase. Slechts 17% zei hetzelfde over contact met productexperts. Maar de verwachting is dat die verhouding gaat kantelen: naarmate AI meer informatie levert, gaan kopers juist meer die experts opzoeken om die analyses tegen het licht te houden.

Ook dit sluit aan op wat ik in mijn vorige artikel schreef: hoe hard AI ook gaat, de mens blijft een belangrijke sleutel. Gartner voorspelt zelfs dat tegen 2030 75% van de B2B-kopers de voorkeur geeft aan een verkooptraject met menselijk contact in plaats van AI.

Kortom: AI kan menselijke expertise vervangen, maar die tegelijkertijd ook belangrijker maken.

LinkedIn is een belangrijke bron voor AI.

In mijn vorige artikel schreef ik dat AI veel gebruik maakt van bronnen als Wikipedia en Reddit. In een commentaar werd ik erop gewezen dat LinkedIn ook een populaire bron is voor AI. En dat wordt bevestigd door een analyse van 325.000 prompts door SEMrush.

Daaruit blijkt dat LinkedIn de op een na meest geciteerde bron is in AI-antwoorden (Reddit staat op nummer 1). Ofwel, thought-leadership op LinkedIn blijft belangrijk voor jouw B2B-merk. Enerzijds omdat je zo menselijke experts bereikt. Anderzijds omdat je de kans vergroot dat AI je suggereert als kandidaat voor op de shortlist. Dus zorg ervoor dat je experts zichtbaar zijn met hun vakkennis.

Dus wat verschilt er voor B2B? En wat niet?

Als laatste, als fijn overzicht, nog even puntsgewijs de verschillen tussen de invloed die AI heeft op de merkstrategie van B2C en B2B-merken. Hierbij neem ik de constateringen uit de vorige artikelen als basis.

De oriëntatie is bij B2B inderdaad complexer, maar het principe is hetzelfde. B2B-kopers kopen geen koptelefoons op basis van een AI-lijstje. Maar ze gebruiken AI wel om hun longlist samen te stellen, leveranciers te vergelijken en specificaties te beoordelen. Dus ook hier geldt: als je niet op deze lijst opduikt, fiets je steeds meer tegen de wind in.

Smallere categorieën zijn stabieler. Eerder schreef ik dat hoe smaller de categorie is waarin je opereert, hoe consistenter de merken zijn die AI oplepelt. Dat is goed nieuws voor B2B-niches: als er maar vijf aanbieders zijn van innovatieve biotechnologie voor de farmaceutische industrie, is de kans groter dat AI jou noemt. Mits je vindbaar bent.

Vertrouwen weegt nog zwaarder. B2B-kopers valideren AI-antwoorden vaak bij experts en gelijkgestemden. Dat betekent dat je merk niet alleen moet opduiken in AI-antwoorden. Het moet ook bij een publiek van vlees en bloed op het netvlies blijven.

Thought-leadership is een belangrijk wapen. In B2C kijkt AI vooral naar productrecensies en externe media om een indruk te krijgen van jouw merk. In B2B komt daar een laag bij: de kennis en zichtbaarheid van je experts. Publiceer eigen onderzoek, laat je specialisten schrijven op LinkedIn en zorg voor aandacht in de vakpers. Zo kun je meer grip krijgen op de wijze waarop AI jou positioneert.

Het een-pot-nat-gevaar geldt ook voor B2B. B2B-bedrijven hebben in de regel een minder uitgesproken merkbeleid dan consumentenmerken. Daardoor lijken ze vaak best op elkaar. Zo moest ik recentelijk voor een innovatieve SaaS-speler naar de concurrentie kijken. Vrijwel alle merken zagen hetzelfde eruit. Ze hadden een cleane WordPress-site met een schreefloos font, flat design, vergelijkbare claims en dezelfde gedragstriggers.

Nu komt daarbij dat veel B2B-bedrijven AI gebruiken om whitepapers, blogposts en cases te schrijven. Als ieder B2B-merk dat doet, met dezelfde AI, klinkt iedereen hetzelfde. En dat is een probleem, want AI beloont juist onderscheidende, betrouwbare bronnen, ook in de B2B-markt.

De conclusie van het verhaal.

Ofwel, de moraal van dit verhaal is niet heel anders dan bij B2C. Als jouw merk niet terugkomt in de lijst die een inkoper met AI samenstelt, begin je de race met een achterstand.

Investeer dus in een heldere positionering, die zowel robots als mensen begrijpen. Vergroot de zichtbaarheid van je experts en publiceer eigen onderzoek. Zorg voor consistente en gestructureerde informatie die op allerlei online plekken terugkomt. En blijf ervoor zorgen dat je merk met een eigen stem boven het maaiveld uitsteekt.

Wil je weten hoe je jouw B2B-merk sterker kunt maken? Laat het me weten. Ik help je graag.