Een goede strateeg schrijft niets op

Grappig genoeg doen strategen meestal precies wat ze niet moeten doen. Een goed strategie draait om een eenvoudige, fundamentele keuze. Deze is goed te onthouden en makkelijk door te vertellen.

Maar strategen als ik verdienen geld door veel slimme woorden te gebruiken. Deze volzinnen zijn moeilijk te onthouden en lastig door te vertellen.

In een poging om hiermee om te gaan, schrijf ik vrijwel niets meer op. Geen aantekeningen tijdens besprekingen, geen Powerpoints tijdens het denkproces.

Want als ik het niet uit mijn hoofd kan doen, is het inzicht schijnbaar niet simpel genoeg. En als ík het al niet kan onthouden, kan een ander dat zeker niet. Net zoals de conclusie van een bespreking puntig moet zijn. Als je ‘m niet in Obamataal kunt samenvatten, is er iets mis.

Daarbij ben ik geïnspireerd door een lezing van John Cleese, die ik ooit in Antwerpen mocht zien. Zijn stelling was dat het onderbewust van belang is. Je moet dingen laten sudderen in je hoofd. Als je ze loslaat, komen ze iets later scherper terug. En dat loslaten lukt niet als je in een document zit vervlochten.

Uiteraard is het verstandig om op een gegeven moment wel iets vast te leggen. Maar dat is pas nuttig nà de eindconclusie. Als je exact weet wat de essentie van je keuze is. Dan merkt je dat het hele gedachtegoed met weinig woorden is samen te vatten. En dat die hele woordenbrei meer om het denkproces ging, dan om de eigenlijke keuze.

Nuttige marketing: een vlucht zonder huilende kinderen

Regelmatig zet ik het op een virtueel tegeltje: het leuke van nuttige marketing – ‘brand utilities’ – is dat het heel eenvoudig kan zijn. In deze eenvoud kan een merk toch zowel opvallen als z’n waardepropositie verbeteren.

Een leuk voorbeeld vind ik van Malaysia Airlines. Dat valt op met een eenvoudige maatregel die veel reizigers op lange vluchten zullen waarderen: op het bovenste Economydek kunnen geen meer reizigers inchecken met kinderen onder de 12 jaar. Als zij een stoel kiezen, worden deze stoelen simpelweg niet getoond.

Uiteraard is dit niet zonder controverse. Maar ik vind het een prima idee om met een eenvoudige maatregel de reiservaring van een hoop reizigers te verbeteren. Een goed voorbeeld van minder is meer ;).

Bron: MSN.nz

Leestip: Guerrilla Marketing Revolutie


Cor Hospes heeft een nieuw boek over guerrillamarketing geschreven: Guerrilla Marketing Revolutie, van noodgreep naar noodzaak.

Dat verdient aandacht. Want Cor heeft de afgelopen jaren in z’n eentje het begrip Guerrilla Marketing hernieuwd op de kaart gezet. En het boek leest lekker, het staat vol met cases en onderbouwt deze met handzame stelregels en modellen.

Hospes: “Guerrillamarketing was jarenlang een speeltje in de marge van de marketingwereld. Voor ondernemers met een beperkt reclamebudget, maar veel creatieve ideeën. Die tijd is definitief voorbij: guerrillamarketing ís de nieuwe marketing.”

De basis zijn de 10 O’s: Opvallen, oppikken, opfleuren, opleuken, opkloppen, opfokken, oplossen, opleiden, openstellen en opvlammen.


Zelf ben ik geïnterviewd voor de O van Oplossen, conform de filosofie van de brand-utility.

4 tips voor crowdsourcing

Fast Company heeft een viertal interessante tips over crowdsourcing.

Focus niet te veel op dat ene gouden idee dat al het gevestigde ter discussie stelt. De waarde van crowdsourcing zit vaak in de patronen die naar boven komen als je naar alle ingezonden ideeën kijkt. Wees dus niet teleurgesteld als de ideeën een stuk minder innovatief zijn dan je had gehoopt. Beschouw het als marktonderzoek en niet alleen als een wedstrijd voor uitvinders.

Het is daarom niet storend als veel ideeën op elkaar lijken. In deze herhaling zitten juist aanwijzingen hoe mensen naar het merk kijken en wat ze wel of niet belangrijk vinden.

Het verschil tussen de boormachine en het gat in de muur is van belang. Het gaat niet altijd om de oplossingen waarmee mensen komen. Probeer te begrijpen op welk achterliggend probleem ze proberen in te spelen. Hun idee voor de boormachine hoeft niet te deugen om het probleem van het gat in de muur serieus te nemen.

Bij het interpreteren van de verbanden moet rekening worden gehouden dat mensen die meedoen aan dit soort projecten, meestal geen reguliere klanten zijn. Het zijn waarschijnlijk consumenten met een hogere betrokkenheid. Merkfans zullen in de regel anders naar het merk kijken dan ‘normale mensen’.