Als je vroeger een telefoon had, had je het telefoonboek nodig. En als je vandaag aan merken werkt, heb je het nieuwe boek van Rik Riezebos nodig: “Hoe bouw je een sterk merk?” Het bevat 101 modellen voor merkstrategie.
De reden voor deze ronkende aanbeveling is simpel. Tijdens mijn loopbaan als merkstrateeg heb ik regelmatig de content van Riks EURIB gebruikt. Om te checken hoe het ook weer zat. Of er een handig model was om me bij een vraagstuk te helpen. En om te verifiëren of ik dingen echt zo scherp zag als ik dacht.
Rik had steevast een model voor een merkvraagstuk en zette op een eenvoudige, praktische wijze uiteen wat ik daarmee kon. Daarmee heeft hij me, zonder het te weten, bij meerdere projecten uit de brand geholpen.
Opgefrist en aangevuld.
De beste modellen heeft hij nu in het boek gezet, met opgefriste en aangevulde content. Interessant is ook dat hij modellen heeft ontworpen voor theorieën waar oorspronkelijk geen model bij is gemaakt. Een voorbeeld is Riks model voor “How Brands Grow” van Byron Sharp.
De modellen zijn verdeeld in een zevental categorieën: modellen voor een strategisch kader, marketingstrategie, strategisch merkenbeleid, merkwaarde, merkidentiteit, positioneren, profileren, merkuitbreiding, intern merkbouwen en het werkgeversmerk en de toepassing, verbreding en verdieping van je merk.
Modellen als middel in plaats van doel.
Als leestip geef ik je graag mee dat dit soort modellen een hulpmiddel zijn. In de praktijk zie ik dat veel marketeers er onbewust een doel van maken. Ofwel, “mijn strategie klopt, want ik heb allerlei modellen ingevuld.” Zonder dat er echt een duidelijke gedachte achter de strategie zit.
Modellen zijn vooral bedoeld om je op dingen te attenderen. Bijvoorbeeld hoe dingen werken, welke facetten je niet over het hoofd moet zien of hoe A meestal B opvolgt in plaats van andersom. Zie een model daarom vooral als een kritische sparringpartner, die je gedachten uitdaagt en je plannen kritisch tegen het licht houdt.
Leg daarna het model weg, ga een rondje lopen en kijk of je tijdens die wandeling de kern van het inzicht dat het model je heeft gegeven kunt samenvatten. En of je dit makkelijk aan je moeder kunt uitleggen.
Die tip geldt helemaal als je meerdere modellen achter elkaar gebruikt. Het gevaar is dat het ene model je de ene kant opstuurt, het andere de andere. Met zo’n simpele wandeling merk je snel of je boven de modellen bent uitgestegen of nog hangt in de fase van “invuloefeningen”.
Pak daarna weer het boek bij de hand om te kijken of er andere modellen zijn die je inzicht verder helpen aan te scherpen.
Kijk hier voor meer informatie.

